Auto terug aan eigenaar ipv leasemaatschappij
We zien vaak dat de officier, die een auto in beslag heeft genomen, deze wil teruggeven aan de leasemaatschappij, in plaats van de eigenaar / kentekenhouder. Juridisch wordt die persoon vaak geduid als ‘rechthebbende’. Dat is echter niet altijd juist.
In de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, 14 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:1616 kwam dit ook aan de orde.
De feiten waren als volgt. Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 20 november 2023 onder [beslagene] in beslag is genomen een personenauto ([kenteken]) ten behoeve van de verbeurdverklaring.
Hiltermann Lease B.V. is juridisch eigenaar van het voertuig door middel van een verstrekkingsvoorbehoud. [klager] heeft het voertuig onder zich door middel van financial lease. Dat contract loopt nog tot 5 mei 2026. Tegen [beslagene] bestaat de verdenking dat hij heeft gereden in het voertuig met een ongeldig verklaard rijbewijs. Hij is de schoonzoon van klaagster [klager].
De rechtbank oordeelde als volgt:
“De officier van justitie heeft ter zitting verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet (langer) verzet tegen opheffing van het beslag op de auto en dat de auto kan worden teruggegeven aan [klager]. Volgens art. 116, eerste lid, Sv doet het openbaar ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Indien het openbaar ministerie bij de behandeling van een beklag als bedoeld in art. 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van de strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, dient de rechter zonder zelf in een beoordeling van dat punt te treden, dat standpunt te volgen en het klaagschrift gegrond te verklaren.1
Hoofdregel is dan dat het beslagen voorwerp wordt teruggegeven aan, in dit geval [klager], omdat zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt rechthebbende te zijn van de inbeslaggenomen auto. De rechtbank zal het beklag gegrond verklaren en teruggave aan [klager] gelasten van dit voorwerp.”