Lessee auto is belanghebbende

Als de lessee tegen wie het strafrechtelijk onderzoek zich niet richt enkel omdat hij juridisch geen eigenaar van de auto is, niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, zou het openbaar ministerie op elke in Nederland rondrijdende leaseauto naar believen conservatoir beslag kunnen leggen zonder bevreesd te hoeven zijn voor de beklagrechter. Dit terwijl de lessee door de inbeslagneming in een uiterst lastig parket geraakt. Als hij vanwege het gelegde beslag niet langer aan zijn betalingsverplichtingen zou voldoen, verliest hij zijn aanspraak op de auto. Als hij wel blijft doorbetalen, zal de leasemaatschappij weinig reden hebben om over de inbeslagneming te klagen. Daar komt nog bij dat het gelegde beslag reden kan vormen om de overeenkomst te ontbinden, zoals vaak is opgenomen in de mantelovereenkomst (zie bijv. ECLI:NL:HR:2013:CA3305).
De lessee heeft kortom een groot belang bij beëindiging van de inbeslagneming. Waarom dat belang geen bescherming zou vinden in de beklagprocedure van art. 552a Sv – zodat de lessee veroordeeld is tot een gang naar de civiele rechter – valt moeilijk in te zien.

De lessee heeft niet alleen een belang, maar ook een recht. Doorgaans zal hij als de economische eigenaar kunnen worden aangemerkt.
In veel gevallen volgt uit de onderliggende mantelovereenkomst dat van economische eigendom sprake is. Dit economische eigendom kan worden gedefinieerd als het krachtens een (obligatoire) rechtsverhouding gerechtigd zijn tot in beginsel alle rechten ten aanzien van een goed en gehouden zijn om alle verplichtingen ten aanzien van dat goed te dragen en daarmee het volledige risico van waardeverandering casu quo tenietgaan van het goed voor zijn rekening te nemen, zonder dat het goed in juridische zin geleverd is. Aangenomen moet daarbij worden dat de lessee als verkrijger onder eigendomsvoorbehoud ten aanzien van de desbetreffende auto “een goederenrechtelijke positie toekomt, die zich leent voor overdracht aan een ander”. Die “absolute aanspraak” op de auto kan de lessee geldend maken tijdens onder meer het faillissement van de leasemaatschappij en in beginsel ook tegenover derden aan wie de leasemaatschappij de auto verkoopt en levert. (Zie Asser, Vermogensrecht algemeen, Deel 3-VI: Zekerheidsrechten, 14e druk bewerkt door A.I.M. van Mierlo en A.A. Velten, Deventer 2010, p. 548.).
Dit betekent dat de absolute aanspraak van de lessee niet verloren gaat als conservatoir beslag op de auto wordt gelegd (gesteld dat de lessee aan zijn betalingsverplichtingen blijft voldoen) en dat bij een eventuele executoriale verkoop met die aanspraak rekening moet worden gehouden.

Een en ander maakt dat conservatoir beslag op een auto die eigendom is van een leasemaatschappij niet de meest aangewezen weg lijkt om het verhaal van geldboetes en ontnemingsmaatregelen te verzekeren. Dit in de eerste plaats omdat de auto alleen als verhaalsobject kan dienen als zich ten aanzien van die leasemaatschappij de situatie van art. 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet. Mocht dit laatste het geval zijn, dan geldt in de tweede plaats dat de lessee zijn aanspraak op de auto behoudt. Dat drukt de opbrengst van de auto bij een eventuele executoriale verkoop. Mede gelet daarop is in de derde plaats de vraag of de lessee door het conservatoire beslag niet onevenredig in zijn belang wordt getroffen. Iets anders is dat conservatoir beslag niet alleen op zaken, maar ook op vermogensrechten kan worden gelegd (art. 94a lid 5 Sv). Dat brengt denk ik mee dat op de goederenrechtelijke aanspraak die de lessee op de auto heeft, conservatoir beslag gelegd zou kunnen worden. Als dat gebeurt in een strafzaak die zich tegen een ander dan de lessee richt, zal dat alleen kunnen als de lessee de in art. 94a lid 3 en 4 Sv bedoelde boter op zijn hoofd heeft.

zie:

  • HR 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3305:
    ” In aanmerking genomen dat de Rechtbank blijkens haar beschikking heeft vastgesteld dat de klaagster de auto waarbij het kentekenbewijs behoort, in huurkoop heeft gekocht van autobedrijf [A] B.V. en die koopovereenkomst heeft gefinancierd door middel van een leaseovereenkomst met [B] B.V., is het oordeel van de Rechtbank dat de klaagster niet als belanghebbende van het inbeslaggenomen, bij die auto behorende, kentekenbewijs kan worden aangemerkt, zonder nadere motivering niet begrijpelijk”
< Terug naar Beslag auto strafrecht