Beoordelingskader beklagprocedure 552a Sv (na beslag)

In het algemeen geldt dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de beklagrechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter in de hoofd- of ontnemingszaak zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel (HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, rov. 2.2, 2.9 en 2.11).

Beoordeling rechtmatigheid beslag

Tot op zekere hoogte geldt een uitzondering op dit summiere karakter van het onderzoek indien de teruggave van een inbeslaggenomen voorwerp wordt verzocht met een beroep op feiten en omstandigheden op grond waarvan de beslaglegging zelve – waarmee wordt gedoeld op de formaliteiten waaraan de inbeslagneming moet voldoen – van onwaarde moet worden geacht. Dan zal de rechter moeten onderzoeken of hij de feitelijke grondslag van dat beroep voldoende aannemelijk acht en zo ja, of die onregelmatigheid bij de beslaglegging tot gegrondverklaring van het klaagschrift dient te leiden. De rechter mag in zo een geval de last tot het aannemelijk maken van die feitelijke grondslag niet uitsluitend op de klager leggen (HR 30 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8735 en HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:130).

In het arrest HR 30 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8735) is de Hoge Raad echter glashelder: in het kader van een beklagprocedure dient de vraag of jegens klager een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit bestond op het moment van zijn aanhouding en de doorzoeking van zijn woning, beoordeeld te worden met het oog op beantwoording van de vraag of een belang van strafvordering aanwezig is voor het voortduren van het beslag. De rechter mag niet vooruitlopen op de uitkomst van de strafzaak zelve, welke ‘fout’ (HR 4 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2818).

Beoordelingsmaatstaf beklag

De rechter moet steeds de juiste maatstaf hanteren voor de beoordeling van het beklag. Welke maatstaf bij de beoordeling van een klaagschrift ex artikel 552a Sv. van toepassing is, is afhankelijk van het soort beslag dat er is gelegd, wie de rechthebbende van het in beslag genomen voorwerpen is, en de fase waarin de zaak zich bevindt. In overzicht

Beklag beslagene na klassiek beslag 94 Sv. Beklag beslagene na conservatoir beslag 94a Sv.
 Beklag derde na klassiek beslag 94 Sv.  Beklag derde na conservatoir beslag 94a Sv.

Geen beoordeling billijkheid en proportionaliteit

De toe te passen maatstaf vergt niet een (ambtshalve) onderzoek met betrekking tot de vraag of voortzetting (onder voorwaarden) van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat in verband met hetgeen door of namens de klager is aangevoerd de rechter in de motivering van zijn beslissing ervan blijk dient te geven een dergelijk onderzoek te hebben verricht (vgl. HR 1 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:833, NJ 2014/278 en HR 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1252).

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden