Doorzetten doorzoeking na aantreffen wapen is onrechtmatig, maar geen consequentie

In de uitspraak van de Hoge Raad van 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9895 ging het om een doorzoeking van de woning op grond van de Wet Wapens en Munitie. De politie was op zoek naar een luchtbuks waarover CIE-informatie was binnengekomen. Nadat ze die luchtbuks hadden aangetroffen, is de doorzoeking echter voortgezet en zijn nog andere verboden voorwerpen aangetroffen. Het hof heeft dit aangemerkt als onrechtmatige doorzoeking en om die reden de tijdens de verdere doorzoeking verkregen voorwerpen uitgesloten van het bewijs, met een vrijspraak tot gevolg. De Hoge Raad casseert echter met als overwegingen dat niet blijkt dat het Hof bij zijn oordeel dat het geconstateerde verzuim tot bewijsuitsluiting dient te leiden, rekening heeft gehouden met de in art. 359a, tweede lid, Sv genoemde factoren – het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat door het verzuim is veroorzaakt – een en ander zoals is omschreven in het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2004 (LJN AM2533, NJ 2004, 376).

Overwegingen hof; doorzoeking onrechtmatig

De raadsman van verdachte heeft – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat het redelijk vermoeden dat verdachte zich schuldig zou maken aan handelen in strijd met de Wet Wapens en Munitie slechts ontleend werd aan informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). Die informatie alleen kon het afgeven van een bevel tot doorzoeking van de woning van verdachte niet rechtvaardigen aangezien zij geen redelijk vermoeden van schuld opleverde dat verdachte in het bezit was van een vuurwapen. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat nadat een vuurbuks tijdens de doorzoeking in beslag was genomen, de grond wegviel om verder te gaan met de doorzoeking. De gevonden buks zou immers voor een groot deel chroomkleurig zijn en daarmee voldoen aan de in de machtiging tot binnentreden in een woning opgenomen beschrijving. Het bewijs dat vervolgens is verkregen, is daarmee onrechtmatig. De raadsman heeft aan zijn verweren de conclusie verbonden dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard, subsidiair dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten dan wel de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten.

Het hof oordeelt als volgt. In het proces-verbaal van de politie Friesland d.d. 3 februari 2006 is op pagina 30 een proces-verbaal CIE informatie opgenomen. Laatstgenoemd proces-verbaal vermeldt dat informatie is binnengekomen dat “in het perceel van [verdachte] ([a-straat 1]) een zilverkleurige vuurbuks” ligt.

Die informatie bevatte voldoende concrete en objectieve gegevens om een redelijk vermoeden van schuld aan te nemen. De doorzoeking was derhalve in beginsel rechtmatig. Het hof verwerpt in zoverre het verweer van de raadsman. Het hof is echter met de raadsman van oordeel dat op het moment dat de vuurbuks met de daarin aanwezige munitie werd gevonden, de grond voor verdere doorzoeking was weggevallen. Het object waarop de doorzoeking was gericht was immers gevonden. De verleende machtiging tot doorzoeking was daarmee uitgewerkt. Dat zou slechts anders liggen indien verbalisanten redelijkerwijs konden menen dat de aangetroffen vuurbuks niet het vuurwapen was waarop de hiervoor genoemde informatie van de CIE betrekking had. Die situatie deed zich niet voor. Weliswaar kan worden vastgesteld (zie foto op dossierpagina 61) dat de aangetroffen vuurbuks niet geheel zilverkleurig was, zoals de CIE-informatie lijkt te veronderstellen, maar de essentie van die informatie was niet zozeer gelegen in de kleur van het wapen als wel in het gegeven dat een vuurbuks aanwezig was. Toen vervolgens daadwerkelijk een vuurbuks werd gevonden was er voor verbalisanten geen aanleiding te veronderstellen dat het hier niet ging om het wapen dat in de machtiging tot doorzoeking was bedoeld. Het enkele feit dat de vuurbuks niet geheel zilverkleurig bleek te zijn was daartoe onvoldoende. De voorwerpen die tijdens de verdere doorzoeking zijn gevonden en de constateringen die daarbij zijn gedaan zijn derhalve onrechtmatig verkregen respectievelijk gedaan en kunnen niet tot het bewijs dienen van enig strafbaar feit.

 

< Terug naar Beklag tegen beslag algemeen