Strafrechtelijk-beslag.nl https://strafrechtelijk-beslag.nl/ Alles over strafrechtelijk beslag Fri, 19 Jun 2026 08:38:57 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.5 https://strafrechtelijk-beslag.nl/wp-content/uploads/2025/07/cropped-httpsstrafrechtelijk-beslag.nl_-32x32.png Strafrechtelijk-beslag.nl https://strafrechtelijk-beslag.nl/ 32 32 Als officier heeft besloten tot teruggave, mag rechtbank dat zelf niet meer beoordelen https://strafrechtelijk-beslag.nl/als-officier-heeft-besloten-tot-teruggave-mag-rechtbank-dat-zelf-niet-meer-beoordelen/ Fri, 19 Jun 2026 08:26:30 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1736 In HR 25 november 2024, ECLI:NL:HR:2014:3424 heeft de Hoge Raad nog eens bevestigd dat de rechtbank niet meer mag oordelen of een in beslag genomen goed (in dit geval een auto) mag worden teruggegeven, als de officier van justitie al tot teruggave van de auto heeft beslist. De Hoge Raad overwoog: ” Onder de klager […]

The post Als officier heeft besloten tot teruggave, mag rechtbank dat zelf niet meer beoordelen appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
In HR 25 november 2024, ECLI:NL:HR:2014:3424 heeft de Hoge Raad nog eens bevestigd dat de rechtbank niet meer mag oordelen of een in beslag genomen goed (in dit geval een auto) mag worden teruggegeven, als de officier van justitie al tot teruggave van de auto heeft beslist. De Hoge Raad overwoog:

Onder de klager is op de voet van art. 94 Sv beslag gelegd. Het klaagschrift dat strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen vrachtauto en loader, is door de Rechtbank ongegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op de loader. De bestreden beschikking houdt het volgende in.

“De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van klager ten aanzien van de loader, nu klager bij gebrek aan bewijs de rechthebbende te zijn geen belang heeft bij het klaagschrift. De rechter is in tegenstelling tot de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat in een latere strafprocedure de loader verbeurd zal worden verklaard omdat het strafbare feit onder meer met de loader is gepleegd. Daarmee is het strafvorderlijk belang van het in beslag houden gegeven en zal de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaren voor wat betreft de loader.”

2.3.Ingevolge art. 116, eerste lid, Sv doet het openbaar ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. In het systeem van de wet ligt aldus besloten dat, indien het openbaar ministerie bij de behandeling van een beklag als bedoeld in art. 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van de strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, de rechter zonder zelf in een beoordeling van dat punt te treden, op het klaagschrift dient te beslissen.

2.4.Uit de hiervoor in 2.2 weergegeven overwegingen van de Rechtbank blijkt dat de Officier van Justitie te kennen heeft gegeven dat het belang van de strafvordering zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag. Gelet op het in 2.3 overwogene had de Rechtbank het beklag derhalve gegrond moeten verklaren en op de voet van art. 552a, zevende lid, Sv de daarmee overeenkomende last behoren te geven.”

Het gaat dan alleen nog maar om de vraag aan wie de auto teruggegeven moet worden.

The post Als officier heeft besloten tot teruggave, mag rechtbank dat zelf niet meer beoordelen appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
Auto terug aan eigenaar ipv leasemaatschappij https://strafrechtelijk-beslag.nl/auto-terug-aan-eigenaar-ipv-leasemaatschappij/ Fri, 19 Jun 2026 08:22:42 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1733 We zien vaak dat de officier, die een auto in beslag heeft genomen, deze wil teruggeven aan de leasemaatschappij, in plaats van de eigenaar / kentekenhouder. Juridisch wordt die persoon vaak geduid als ‘rechthebbende’. Dat is echter niet altijd juist. In de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, 14 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:1616 kwam dit ook aan […]

The post Auto terug aan eigenaar ipv leasemaatschappij appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
We zien vaak dat de officier, die een auto in beslag heeft genomen, deze wil teruggeven aan de leasemaatschappij, in plaats van de eigenaar / kentekenhouder. Juridisch wordt die persoon vaak geduid als ‘rechthebbende’. Dat is echter niet altijd juist.

In de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, 14 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:1616 kwam dit ook aan de orde.

De feiten waren als volgt. Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 20 november 2023 onder [beslagene] in beslag is genomen een personenauto ([kenteken]) ten behoeve van de verbeurdverklaring.
Hiltermann Lease B.V. is juridisch eigenaar van het voertuig door middel van een verstrekkingsvoorbehoud. [klager] heeft het voertuig onder zich door middel van financial lease. Dat contract loopt nog tot 5 mei 2026. Tegen [beslagene] bestaat de verdenking dat hij heeft gereden in het voertuig met een ongeldig verklaard rijbewijs. Hij is de schoonzoon van klaagster [klager].

De rechtbank oordeelde als volgt:

“De officier van justitie heeft ter zitting verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet (langer) verzet tegen opheffing van het beslag op de auto en dat de auto kan worden teruggegeven aan [klager]. Volgens art. 116, eerste lid, Sv doet het openbaar ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Indien het openbaar ministerie bij de behandeling van een beklag als bedoeld in art. 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van de strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, dient de rechter zonder zelf in een beoordeling van dat punt te treden, dat standpunt te volgen en het klaagschrift gegrond te verklaren.1

Hoofdregel is dan dat het beslagen voorwerp wordt teruggegeven aan, in dit geval [klager], omdat zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt rechthebbende te zijn van de inbeslaggenomen auto. De rechtbank zal het beklag gegrond verklaren en teruggave aan [klager] gelasten van dit voorwerp.”

 

The post Auto terug aan eigenaar ipv leasemaatschappij appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
Auto met vals chassisnummer mag worden onttrokken aan het verkeer https://strafrechtelijk-beslag.nl/auto-met-vals-chassisnummer-mag-worden-onttrokken-aan-het-verkeer/ https://strafrechtelijk-beslag.nl/auto-met-vals-chassisnummer-mag-worden-onttrokken-aan-het-verkeer/#respond Thu, 02 May 2024 11:40:23 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1723 Een omgekatte auto, met een vals chassisnummer, mag worden onttrokken aan het verkeer: Het is zo dat een omgekatte auto niet in het maatschappelijk verkeer thuishoort en het teruggeven van een auto met een vals chassisnummer het effectief voorkomen en bestrijden van handel in gestolen auto’s tegengaat en het opsporen van autodiefstallen bemoeilijkt, waardoor daar […]

The post Auto met vals chassisnummer mag worden onttrokken aan het verkeer appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
Een omgekatte auto, met een vals chassisnummer, mag worden onttrokken aan het verkeer: Het is zo dat een omgekatte auto niet in het maatschappelijk verkeer thuishoort en het teruggeven van een auto met een vals chassisnummer het effectief voorkomen en bestrijden van handel in gestolen auto’s tegengaat en het opsporen van autodiefstallen bemoeilijkt, waardoor daar een bevorderende werking op autodiefstallen van kan uitgaan. Aldus heeft de rechtbank op zich toereikend gemotiveerd dat en waarom het ongecontroleerde bezit van de onderhavige auto in strijd is met de wet en/of het algemeen belang. (Vgl. HR 21 november 2000, nr. 01282/99/B en HR 12 november 2002, NJ 2003, 595). Zie verder ECLI:NL:PHR:2003:AN7091.

The post Auto met vals chassisnummer mag worden onttrokken aan het verkeer appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
https://strafrechtelijk-beslag.nl/auto-met-vals-chassisnummer-mag-worden-onttrokken-aan-het-verkeer/feed/ 0
Hernieuwd klaagschrift is toegestaan, mits nieuwe feiten en omstandigheden https://strafrechtelijk-beslag.nl/hernieuwd-klaagschrift-is-toegestaan-mits-nieuwe-feiten-en-omstandigheden/ https://strafrechtelijk-beslag.nl/hernieuwd-klaagschrift-is-toegestaan-mits-nieuwe-feiten-en-omstandigheden/#respond Mon, 01 Apr 2024 22:35:22 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1717 Indien voor dezelfde goederen, na een eerdere afwijzing van het beklag, een nieuw klaagschrift wordt ingediend, kan de klager toch ontvankelijk zijn, mits die maar nieuwe feiten en omstandigheden in het klaagschrift stelt. Niet is vereist dat deze feiten en omstandigheden waarop in het hernieuwde beklag een beroep wordt gedaan in die zin nieuw zijn […]

The post Hernieuwd klaagschrift is toegestaan, mits nieuwe feiten en omstandigheden appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
Indien voor dezelfde goederen, na een eerdere afwijzing van het beklag, een nieuw klaagschrift wordt ingediend, kan de klager toch ontvankelijk zijn, mits die maar nieuwe feiten en omstandigheden in het klaagschrift stelt. Niet is vereist dat deze feiten en omstandigheden waarop in het hernieuwde beklag een beroep wordt gedaan in die zin nieuw zijn dat zij zich eerst na de behandeling van het eerdere klaagschrift hebben voorgedaan of bekend zijn geworden.
Van belang is alleen dat een hernieuwd beklag een beroep wordt gedaan op andere feiten of omstandigheden dan die waarop het eerdere klaagschrift was gebaseerd en die van zodanige aard zijn dat zij nopen tot een nieuwe beoordeling van het verzoek tot opheffing van het beslag (HR 5 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:580).

De Hoge Raad oordeelde in deze zaak als volgt:

Zoals de Rechtbank terecht tot uitgangspunt heeft genomen, kan een klager opnieuw een klaagschrift indienen strekkende tot – zoals in het onderhavige geval – beëindiging van het op de voet van art. 94a Sv gelegde beslag, indien een eerder ingediend klaagschrift waarop ten gronde is beslist, niet heeft geleid tot opheffing van het beslag en dat beslag nog niet is geëindigd. Ook is juist het oordeel van de Rechtbank dat de klager in een hernieuwd beklag niet-ontvankelijk is indien daarin enkel een beroep wordt gedaan op feiten en/of omstandigheden waarop hij in het eerdere klaagschrift of bij gelegenheid van de behandeling daarvan een beroep heeft gedaan. (Vgl. HR 31 maart 2009, ECLI:NL:HR: 2009:BH1478, NJ 2009/178). Niet is vereist dat de feiten of omstandigheden waarop in het hernieuwd beklag een beroep wordt gedaan in die zin nieuw zijn dat zij zich eerst na de behandeling van het eerdere klaagschrift hebben voorgedaan of bekend zijn geworden. In het algemeen geldt dat een hernieuwd beklag ontvankelijk is indien een beroep wordt gedaan op andere feiten of omstandigheden dan die waarop het eerdere klaagschrift was gebaseerd en die van zodanige aard zijn dat zij nopen tot een nieuwe beoordeling van het verzoek tot opheffing van het beslag.

2.4.2.Het oordeel van de Rechtbank dat de klaagster in het hernieuwde beklag geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, is niet zonder meer begrijpelijk, in aanmerking genomen dat namens de klaagster een beroep is gedaan op de ‘huidige financiële situatie’ van het bedrijf en de gevolgen die de voortduring van het beslag zal hebben voor de bedrijfsvoering.

The post Hernieuwd klaagschrift is toegestaan, mits nieuwe feiten en omstandigheden appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
https://strafrechtelijk-beslag.nl/hernieuwd-klaagschrift-is-toegestaan-mits-nieuwe-feiten-en-omstandigheden/feed/ 0
Auto met verborgen ruimte mag terug na herstel door eigenaar https://strafrechtelijk-beslag.nl/auto-met-verborgen-ruimte-mag-terug-na-herstel-door-eigenaar/ https://strafrechtelijk-beslag.nl/auto-met-verborgen-ruimte-mag-terug-na-herstel-door-eigenaar/#respond Mon, 13 Nov 2023 16:09:06 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1707 Een auto is in beslag genomen omdat er een verborgen ruimte in is aangetroffen. De klager, die geen verdachte is, verzoekt om teruggave en biedt in dat verband aan de auto in oorspronkelijke staat te herstellen. De rechtbank stelt voorop dat een auto met een verborgen ruimte in beginsel in aanmerking komt voor onttrekking aan […]

The post Auto met verborgen ruimte mag terug na herstel door eigenaar appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
Een auto is in beslag genomen omdat er een verborgen ruimte in is aangetroffen. De klager, die geen verdachte is, verzoekt om teruggave en biedt in dat verband aan de auto in oorspronkelijke staat te herstellen. De rechtbank stelt voorop dat een auto met een verborgen ruimte in beginsel in aanmerking komt voor onttrekking aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Dergelijke ruimtes worden namelijk gebruikt voor criminele activiteiten. Een en ander betekent dat de auto in de huidige staat niet terug kan worden gegeven aan de klager. Omdat het aantreffen van de ruimte echter niet kan worden gekoppeld aan enig strafbaar handelen, moet de klager de gelegenheid krijgen om de auto op eigen kosten te laten herstellen. Ten aanzien van de procedure in verband met dat herstel wordt het volgende overwogen. Vanuit de huidige opslaglocatie van de auto zal een offerte van de herstelkosten (doen) worden opgemaakt op basis waarvan de klager zal bepalen of hij de auto wel of niet in originele staat laat herstellen. Als hij ervoor kiest om de herstelwerkzaamheden uit te laten voeren dan wordt hij als opdrachtgever daartoe aangemerkt en zal hij na betaling van de gefactureerde herstelkosten de auto terugkrijgen. Voor zover de klager geen herstel laat plaatsvinden, zal de auto worden onttrokken aan het verkeer. (Rb Rotterdam, 28 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6614).Uitspraak rechtbank:

Vaststaat dat in de laadbak van de auto een verborgen ruimte is aangetroffen en dat deze ruimte leeg was. Niet is gebleken dat de klager wist van het bestaan van die ruimte of daarvan gebruik heeft gemaakt.

De rechtbank stelt voorop dat een auto met een verborgen ruimte in beginsel in aanmerking komt voor onttrekking aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Dergelijke ruimtes worden namelijk gebruikt voor criminele activiteiten. Een en ander betekent dat de auto in de huidige staat niet terug kan worden gegeven aan de klager. Omdat het aantreffen van de ruimte echter niet kan worden gekoppeld aan enig strafbaar handelen, moet de klager de gelegenheid krijgen om de auto op eigen kosten te laten herstellen.

Ten aanzien van de procedure in verband met dat herstel wordt het volgende overwogen. Vanuit de huidige opslaglocatie van de auto zal een offerte van de herstelkosten (doen) worden opgemaakt op basis waarvan de klager zal bepalen of hij de auto wel of niet in originele staat laat herstellen. Als hij ervoor kiest om de herstelwerkzaamheden uit te laten voeren dan wordt hij als opdrachtgever daartoe aangemerkt en zal hij na betaling van de gefactureerde herstelkosten de auto terugkrijgen. Voor zover de klager geen herstel laat plaatsvinden, zal de auto worden onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank realiseert zich dat de praktische uitvoering van het voorgaande nog wel de nodige invulling vereist van de kant van het openbaar ministerie en de klager. Op zitting heeft zijn raadsman toegezegd hierover in contact te zullen treden met de zittingsofficier van justitie. Wel wordt ervan uitgegaan dat de uitvoering van een en ander uiterlijk 1 september 2021 moet kunnen zijn gerealiseerd.

Het klaagschrift zal voorwaardelijk gegrond worden verklaard, in die zin dat de teruggave van de auto zal worden bevolen, onder de voorwaarden dat de klager de auto in originele staat laat herstellen en de daaraan verbonden kosten heeft betaald. Voor het geval niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, zal het klaagschrift ongegrond worden verklaard.

Vordering tot onttrekking aan het verkeer

Gelet op wat hiervoor is overwogen, zal deze vordering voorwaardelijk worden afgewezen, namelijk onder de voorwaarde dat de auto is hersteld en dat dat is betaald door de klager.

Voor het geval de klager de auto niet laat herstellen, zal de vordering worden toegewezen.

The post Auto met verborgen ruimte mag terug na herstel door eigenaar appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
https://strafrechtelijk-beslag.nl/auto-met-verborgen-ruimte-mag-terug-na-herstel-door-eigenaar/feed/ 0
Vervalst VIN-nummer leidt tot onttrekking aan het verkeer – geen recht op compensatie https://strafrechtelijk-beslag.nl/vervalst-vin-nummer-leidt-tot-onttrekking-aan-het-verkeer-geen-recht-op-compensatie/ https://strafrechtelijk-beslag.nl/vervalst-vin-nummer-leidt-tot-onttrekking-aan-het-verkeer-geen-recht-op-compensatie/#respond Fri, 22 Jul 2022 09:29:06 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1699 Uit het arrest van de Hoge Raad van 11 november 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AL6178) volgt dat auto’s met een vals VIN-nummer niet in het verkeer gebracht mogen worden, omdat het ongecontroleerde bezit van een dergelijk voertuig in strijd is met het algemeen belang. Dit volgt ook mede uit artikel 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht […]

The post Vervalst VIN-nummer leidt tot onttrekking aan het verkeer – geen recht op compensatie appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
Uit het arrest van de Hoge Raad van 11 november 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AL6178) volgt dat auto’s met een vals VIN-nummer niet in het verkeer gebracht mogen worden, omdat het ongecontroleerde bezit van een dergelijk voertuig in strijd is met het algemeen belang. Dit volgt ook mede uit artikel 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht (Sr.) en artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering. Het vervelende is dat de beslagene dan ook geen recht heeft op een compensatie voor de schade die hij daardoor leidt.

Dit kwam aan de orde in een uitspraak van de rechtbank Den Haag, van 16 april 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3702. De beslagene had gevraagd om een geldelijke tegemoetkoming. De rechtbank oordeelde als volgt:
“Ingevolge artikel 33c, tweede lid, in verbinding met artikel 36b, tweede lid, Sr. kent de rechter een geldelijke tegemoetkoming toe indien dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie de onttrokken voorwerpen toebehoren, door die onttrekking onevenredig zou worden getroffen. Of de eigenaar van een voorwerp door de onttrekking aan het verkeer van zijn eigendom onevenredig wordt getroffen wanneer hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder andere worden betrokken hoe de eigenaar van het voorwerp zich in relatie tot dat voorwerp heeft gedragen en wat de waarde van het onttrokken voorwerp is. De rechtbank merkt op dat een geldelijke tegemoetkoming niet hetzelfde is als een volledige vergoeding van de geleden schade.

In dit geval heeft de eigenaar een kat in de zak gekocht. Die koop is een kwestie tussen hem en de verkoper. Dat de auto niet is wat hij verwachtte, komt voor zijn risico. Er is in beginsel geen reden om vervolgens van de Staat te verwachten dat die die schade vergoedt. Dat wordt niet anders als hij een zaak heeft gekocht waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Slechts voor zover hij, zijn risico als koper meerekenend, door de onttrekking onevenredig wordt getroffen, kan voor een vergoeding plaats zijn.

Het grootste deel van de schade die [betrokkene] lijdt, vloeit niet voort uit de onttrekking aan het verkeer, maar uit het feit dat hij € 15.000,- euro heeft betaald voor een auto die nagenoeg geen waarde heeft in het economisch verkeer. Een omgekatte auto heeft immers geen andere waarde dan de sloopwaarde of waarde van de losse onderdelen, omdat een dergelijke auto niet op de openbare weg mag rijden. Nu de auto in het economisch verkeer weinig waarde heeft, is het nadeel dat [betrokkene] vervolgens door de onttrekking van die auto ondervindt beperkt. Kort gezegd: er wordt een auto met sloopwaarde onttrokken aan het verkeer. Hij wordt dan ook niet onevenredig getroffen door de onttrekking van die auto. Daar komt bij dat hij zelf het risico heeft genomen door een auto in het buitenland aan te schaffen met contant geld en de auto niet goed te (laten) inspecteren vóór de aankoop.

Er is geen grond een geldelijke tegemoetkoming toe te kennen aan [betrokkene] . Het verzoek daartoe wordt afgewezen.”

The post Vervalst VIN-nummer leidt tot onttrekking aan het verkeer – geen recht op compensatie appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
https://strafrechtelijk-beslag.nl/vervalst-vin-nummer-leidt-tot-onttrekking-aan-het-verkeer-geen-recht-op-compensatie/feed/ 0
Toestemming voor doorzoeking auto of woning moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn https://strafrechtelijk-beslag.nl/toestemming-voor-doorzoeking-auto-of-woning-moet-duidelijk-en-ondubbelzinnig-zijn/ https://strafrechtelijk-beslag.nl/toestemming-voor-doorzoeking-auto-of-woning-moet-duidelijk-en-ondubbelzinnig-zijn/#respond Wed, 22 Jun 2022 21:29:05 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1697 In het arrest van de Hoge Raad van 7 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:825 wordt besproken onder welke omstandigheden een verdachte vrijwillig toestemming kan geven voor de doorzoeking van een auto of een woning. De Hoge Raad  geeft een juridisch kader over het verrichten van onderzoekshandelingen op grond van toestemming en wijst daartoe eerst op eerdere rechtspraak […]

The post Toestemming voor doorzoeking auto of woning moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
In het arrest van de Hoge Raad van 7 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:825 wordt besproken onder welke omstandigheden een verdachte vrijwillig toestemming kan geven voor de doorzoeking van een auto of een woning. De Hoge Raad  geeft een juridisch kader over het verrichten van onderzoekshandelingen op grond van toestemming en wijst daartoe eerst op eerdere rechtspraak (HR:1996:ZD0484 en HR:2012:BY5315). HR zet uiteen dat toestemming vrijwillig en ondubbelzinnig moet worden verleend door betrokkene, die voldoende geïnformeerd moet zijn. De Hoge Raad wijst daarbij o.m. op jurisprudentie van het EHRM over ‘waivers’ en overweegt dat uit rechtspraak van EHRM over art. 8 EVRM niet kan worden afgeleid dat van ‘informed consent’ slechts sprake kan zijn als opsporingsambtenaar de betrokkene expliciet heeft gewezen op mogelijkheid om toestemming te weigeren en op mogelijke gevolgen van verlenen dan wel weigeren van die toestemming. Wel volgt uit die rechtspraak dat naarmate inmenging in persoonlijke levenssfeer zwaarder zal zijn (bijvoorbeeld als sprake is van doorzoeking niet van auto maar van een woning) strengere eisen moeten worden gesteld aan totstandkoming van toestemming op grond waarvan onderzoekshandeling plaatsvindt. Betreffend p-v moet vermelden op welke manier betrokkene toestemming heeft verleend voor verrichten van bepaalde onderzoekshandeling. HR merkt nog op dat het niet aan rechter is om specifieke vormvereisten te ontwikkelen m.b.t. verrichten van strafvorderlijk onderzoek o.g.v. daartoe verleende toestemming. ’s Hofs oordeel houdt in dat, gelet op bevindingen die zijn opgenomen in p-v’s van betrokken opsporingsambtenaren en verklaringen die deze opsporingsambtenaren tegenover RC hebben afgelegd, verdachte vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming heeft verleend voor doorzoeking van zijn voertuig en niet alleen voor kijken in auto. Dat oordeel getuigt gelet op wat hiervoor is vooropgesteld niet van een onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van wat door verdediging is aangevoerd niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: terechte klacht maar geen belang bij cassatie, omdat schending van art. 8 EVRM in beginsel niet tot bewijsuitsluiting leidt en onvoldoende is aangevoerd waarom dit i.c. anders

Juridisch kader over het verrichten van onderzoekshandelingen op grond van toestemming

2.4.1Het is opsporingsambtenaren toegestaan om onderzoekshandelingen die de persoonlijke levenssfeer (kunnen) aantasten, zoals het doorzoeken van een ruimte, te verrichten op grond van toestemming die daartoe is verleend door de persoon aan wie het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer toekomt (hierna ook: de betrokkene). Er hoeft dan niet te worden voldaan aan de eisen die in de wet worden gesteld aan het verrichten van zo’n onderzoekshandeling, bijvoorbeeld het vereiste dat een redelijk vermoeden van schuld bestaat. (Vgl. HR 11 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0484 en HR 20 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY5315.)

2.4.2Deze toestemming moet vrijwillig en ondubbelzinnig worden verleend door de betrokkene, die voldoende geïnformeerd moet zijn. Daarbij moet voor de betrokkene duidelijk zijn voor welke onderzoekshandeling toestemming wordt verleend. Dat sprake is van toestemming kan blijken uit de verklaringen en/of de gedragingen van de betrokkene. Als zich feiten en omstandigheden voordoen die met zich brengen dat de betrokken burger niet in vrijheid zijn wil heeft kunnen bepalen over het verlenen van de toestemming, is van vrijwillige medewerking geen sprake.
Het staat de betrokkene vrij om de verleende toestemming in te trekken, ook nadat een aanvang is gemaakt met het onderzoek waarvoor toestemming is gegeven. Vanaf het moment van die intrekking moet de betreffende onderzoekshandeling worden gestaakt, tenzij dat onderzoek op een andere grondslag kan worden voortgezet.

2.4.3In de rechtspraak van het Europees hof voor de rechten van de mens (hierna: EHRM) wordt als algemeen uitgangspunt gehanteerd dat “a waiver of a right guaranteed by the Convention is not valid unless it has been given in full knowledge of the facts, that is to say on the basis of informed consent and without constraint (…). In addition, a waiver must be attended by minimum safeguards commensurate with its importance (…) and once invoked, must not only be voluntary, but must also constitute a knowing and intelligent relinquishment of a right”.1Verder wordt in die rechtspraak tot uitgangspunt genomen dat geen inbreuk op artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) plaatsvindt als het verrichten van een onderzoekshandeling zoals een doorzoeking, plaatsvindt op grond van daartoe verleende toestemming, mits er is voorzien in “adequate and effective safeguards against abuse”.2
Uit de rechtspraak van het EHRM over artikel 8 EVRM kan niet worden afgeleid dat van ‘informed consent’ slechts sprake kan zijn als de opsporingsambtenaar de betrokkene expliciet heeft gewezen op de mogelijkheid om de toestemming te weigeren en op de mogelijke gevolgen van het verlenen dan wel weigeren van die toestemming.3 Wel volgt uit die rechtspraak dat naarmate de inmenging in de persoonlijke levenssfeer zwaarder zal zijn – bijvoorbeeld als sprake is van een doorzoeking niet van een auto, maar van een woning – strengere eisen moeten worden gesteld aan de totstandkoming van de toestemming op grond waarvan de onderzoekshandeling plaatsvindt. Het onder 2.4.1 en 2.4.2 geschetste kader strookt met deze rechtspraak van het EHRM.

2.4.4Het Wetboek van Strafvordering kent geen nadere algemene regels met betrekking tot het verrichten van opsporingshandelingen op grond van vrijwillige medewerking, bijvoorbeeld waar het gaat om het voorafgaand aan het vragen van de toestemming verstrekken van informatie of het intrekken van de verleende toestemming. Alleen ten aanzien van specifieke situaties worden in de wet nadere voorwaarden gesteld aan de gevallen waarin om vrijwillige medewerking mag worden gevraagd, en aan de wijze waarop toestemming wordt gevraagd. In het bijzonder kan hierbij worden gewezen op de regeling van artikel 151a lid 1 en 195a lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in samenhang met artikel 2 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.
Wel geldt in het algemeen dat bij het verrichten van opsporingsonderzoek op grond van toestemming de opsporingsambtenaar proces-verbaal moet opmaken van wat door hem tot opsporing is verricht (artikel 152 lid 1 Sv). Het betreffende proces-verbaal moet dan vermelden op welke manier door de betrokkene toestemming is verleend voor het verrichten van een bepaalde onderzoekshandeling.

2.4.5

Opmerking verdient nog dat in de thans voorliggende voorstellen voor de modernisering van het Wetboek van Strafvordering diverse voorschriften zijn opgenomen over het verrichten van strafvorderlijk onderzoek op grond van daartoe verleende toestemming.4 Nu dit initiatief is genomen om de huidige wettelijke regeling aan te passen en aan te vullen, is het niet aan de rechter om, in aanvulling op de onder 2.4.2 genoemde uitgangspunten, specifieke vormvereisten te ontwikkelen met betrekking tot het verrichten van strafvorderlijk onderzoek op grond van daartoe verleende toestemming.

Beoordeling van de klacht

2.5Het oordeel van het hof houdt in dat, gelet op de bevindingen die zijn opgenomen in de processen-verbaal van de betrokken opsporingsambtenaren (bewijsmiddelen 1 en 2) en de verklaringen die deze opsporingsambtenaren tegenover de rechter-commissaris hebben afgelegd, de verdachte vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming heeft verleend voor een doorzoeking van zijn voertuig en niet alleen voor het kijken in de auto. Dat oordeel getuigt, gelet op wat onder 2.4 is vooropgesteld, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is, ook in het licht van wat door de verdediging is aangevoerd, niet onbegrijpelijk.

The post Toestemming voor doorzoeking auto of woning moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
https://strafrechtelijk-beslag.nl/toestemming-voor-doorzoeking-auto-of-woning-moet-duidelijk-en-ondubbelzinnig-zijn/feed/ 0
Bij waarheidsvindingsbeslag steeds eisen van proportionaliteit en subsidiariteit https://strafrechtelijk-beslag.nl/bij-waarheidsvindingsbeslag-steeds-eisen-van-proportionaliteit-en-subsidiariteit/ https://strafrechtelijk-beslag.nl/bij-waarheidsvindingsbeslag-steeds-eisen-van-proportionaliteit-en-subsidiariteit/#respond Thu, 15 Nov 2018 14:41:26 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1674 Bij waarheidsvindingsbeslag moet de rechter steeds toetsen aan de eisen proportionaliteit en subsidiariteit (ECLI:NL:RBMID:2008:BC6977). Is het wel redelijk om die goederen in beslag te nemen? Kan het anders? Moet het anders? Oneigenlijk beslag In hennepzaken probeert de officier van justitie vaak goederen in beslag te nemen op grond van artikel 94 Sv., wanneer niet aan […]

The post Bij waarheidsvindingsbeslag steeds eisen van proportionaliteit en subsidiariteit appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
Bij waarheidsvindingsbeslag moet de rechter steeds toetsen aan de eisen proportionaliteit en subsidiariteit (ECLI:NL:RBMID:2008:BC6977). Is het wel redelijk om die goederen in beslag te nemen? Kan het anders? Moet het anders?

Oneigenlijk beslag

In hennepzaken probeert de officier van justitie vaak goederen in beslag te nemen op grond van artikel 94 Sv., wanneer niet aan de formaliteiten voor een beslag ex artikel 94a Sv. is voldaan. De officier beargumenteert dan dat het beslag bedoeld is om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen, maar daarvoor hoeft er geen beslag plaats te vinden. Dat kan ook zonder inbeslagname, bijvoorbeeld door een foto te nemen.

The post Bij waarheidsvindingsbeslag steeds eisen van proportionaliteit en subsidiariteit appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
https://strafrechtelijk-beslag.nl/bij-waarheidsvindingsbeslag-steeds-eisen-van-proportionaliteit-en-subsidiariteit/feed/ 0
Ook zonder p-v beslag of beslaglijst is er sprake van beslag https://strafrechtelijk-beslag.nl/ook-zonder-p-v-beslag-of-beslaglijst-is-er-sprake-van-beslag/ https://strafrechtelijk-beslag.nl/ook-zonder-p-v-beslag-of-beslaglijst-is-er-sprake-van-beslag/#respond Thu, 15 Nov 2018 14:26:15 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1672 Ook zonder dat er een proces-verbaal van inbeslagneming is opgesteld, kan het afpakken van een goed door de politie als beslag worden aangemerkt. Ook een beslaglijst is niet vereist (vlg HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:964). Conclusie A-G: “Onder inbeslagneming, hetgeen is gedefinieerd in art. 134 lid 1 Sv, wordt verstaan het onder zich nemen of gaan […]

The post Ook zonder p-v beslag of beslaglijst is er sprake van beslag appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
Ook zonder dat er een proces-verbaal van inbeslagneming is opgesteld, kan het afpakken van een goed door de politie als beslag worden aangemerkt. Ook een beslaglijst is niet vereist (vlg HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:964).

Conclusie A-G: “Onder inbeslagneming, hetgeen is gedefinieerd in art. 134 lid 1 Sv, wordt verstaan het onder zich nemen of gaan houden van een voorwerp ten behoeve van de strafvordering. Tot de definitie behoort niet dat de formaliteiten in acht zijn genomen, noch dat er een bevoegdheid tot inbeslagneming was. Waar het op aankomt is het doel van het onder zich nemen of gaan houden (ten behoeve van de strafvordering).”

Zie ook: ECLI:NL:HR:2017:479

The post Ook zonder p-v beslag of beslaglijst is er sprake van beslag appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
https://strafrechtelijk-beslag.nl/ook-zonder-p-v-beslag-of-beslaglijst-is-er-sprake-van-beslag/feed/ 0
Door politie gedwongen toestemming onrechtmatig https://strafrechtelijk-beslag.nl/door-politie-gedwongen-toestemming-onrechtmatig/ https://strafrechtelijk-beslag.nl/door-politie-gedwongen-toestemming-onrechtmatig/#respond Wed, 22 Aug 2018 08:33:54 +0000 https://strafrechtelijk-beslag.nl/?p=1669 De hoofdagent en verbalisant 2 op 13 december 2016 naar het [adres 1] waren gegaan, omdat volgens informatie in de politiesystemen de bestuurder van een voertuig zonder geldige APK zich kort daarvoor had onttrokken aan een verkeerscontrole en de tenaamgestelde van dat voertuig op dat adres woonachtig was.[de hoofdagent] heeft gerelateerd dat hij en zijn […]

The post Door politie gedwongen toestemming onrechtmatig appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>

De hoofdagent en verbalisant 2 op 13 december 2016 naar het [adres 1] waren gegaan, omdat volgens informatie in de politiesystemen de bestuurder van een voertuig zonder geldige APK zich kort daarvoor had onttrokken aan een verkeerscontrole en de tenaamgestelde van dat voertuig op dat adres woonachtig was.[de hoofdagent] heeft gerelateerd dat hij en zijn collega de desbetreffende auto op de oprit, en een man (naar later bleek: de verdachte) in de tuin van de woning van [adres 1] zagen staan. Zij vorderden van deze man het rijbewijs en toen deze aangaf daaraan niet te kunnen voldoen, zijn legitimatiebewijs. Deze man zei ‘dat hij niets op zak had, maar dat hij dat wel even binnen in zijn woning zou gaan pakken’. Hierop deelde [de hoofdagent] hem mede ‘dat hij binnen zijn legitimatiebewijs mocht gaan pakken, maar dat zij wel met hem mee zouden lopen’. Zij hoorden dat verdachte vervolgens zei ‘dat niemand mee zijn woning in mocht gaan’. Toen verdachte zich omdraaide en in de richting van zijn voordeur wilde lopen, pakte [verbalisant 2] hem bij zijn mouw vast en deelde hem mede ‘dat als hij de woning in wilde gaan, er iemand van de politie mee zou lopen’. [de hoofdagent] deelde hem vervolgens mede ‘dat hij aangehouden zou worden terzake het niet op eerste vordering overgeven van het legitimatiebewijs als hij dat niet toe zou staan’. De verbalisanten hoorden vervolgens dat verdachte zei ‘dat hij dat begreep en dat ze dan maar even met hem mee moesten lopen’ en ‘dat hij niet aangehouden wilde worden en dat ze daarom maar even mee naar binnen moesten lopen’. Eenmaal binnen roken de verbalisanten een hennepgeur. In het proces-verbaal van aanhouding (p. 017 zaaksdossier) hebben de verbalisanten gerelateerd dat is binnengetreden met toestemming van de verdachte.

De verdediging heeft ter terechtzitting betwist dat verdachte vrijwillig toestemming heeft gegeven om zijn woning binnen te treden.

De rechtbank overweegt als volgt (ECLI:NL:RBOBR:2018:4158):

Het toetsingskader van het binnentreden van een woning wordt gevormd door artikel 12 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en de op die bepalingen gebaseerde jurisprudentie met betrekking tot de bescherming van het huisrecht, alsmede door de bepalingen van de Algemene wet op het binnentreden. In de kern volgt daar uit dat sprake is van een inbreuk op het huisrecht wanneer tegen de wil van betrokkene wordt binnengetreden. Slechts wanneer vrijwillig toestemming wordt gegeven voor het binnentreden is geen sprake van zo’n inbreuk. Slechts in bij de wet voorziene gevallen en onder voorwaarden kan gerechtvaardigd een inbreuk op het huisrecht worden gemaakt.

De rechtbank constateert dat de verbalisanten niet beschikten over een schriftelijke machtiging tot binnentreden van de woning van verdachte en dat er in het dossier geen schriftelijke toestemmingsverklaring van verdachte aanwezig is. Of verdachte toestemming tot binnentreden heeft gegeven kan de rechtbank derhalve enkel afleiden uit hetgeen verbalisanten [de hoofdagent] en [verbalisant 2] in het proces-verbaal hebben gerelateerd.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval onrechtmatig is binnengetreden. Niet is uit het procesdossier gebleken dat, of op grond waarvan, verbalisanten [de hoofdagent] en [verbalisant 2] na het gerezen vermoeden dat de verdachte had gereden in een voertuig waarvan een geldige APK ontbrak, en na de constatering dat de verdachte geen rijbewijs en geen legitimatiebewijs bij zich had, een bevoegdheid hadden tot het binnentreden van de woning. Evenmin waren zij in het bezit van een schriftelijke machtiging tot binnentreden. Weliswaar hadden zij de bevoegdheid om verdachte aan te houden ter zake van een op heterdaad ontdekt feit, maar daarvan hebben zij toen geen gebruik gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat verdachte daarna in vrijheid toestemming heeft gegeven tot het betreden van de woning. In eerste instantie heeft verdachte (in vrijheid) tegen de verbalisanten gezegd ‘dat niemand mee zijn woning in mocht gaan’. Vervolgens werd hem de keuze geboden tussen aangehouden worden of toestaan dat de verbalisanten met hem mee naar binnen zouden lopen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verbalisanten verdachte in zijn keuzevrijheid beperkt door aan te geven dat hij van zijn vrijheid zou worden beroofd, indien verdachte niet zou toestaan dat de verbalisanten met verdachte mee de woning in zouden lopen. Op deze manier werd naar het oordeel van de rechtbank op verdachte op zodanige wijze druk uitgeoefend, dat niet langer gezegd kan worden dat de daarna door verdachte verleende toestemming in volledige vrijheid is gegeven. Zulks blijkt bovendien ook uit de door hem gebezigde woorden ‘dat hij niet aangehouden wilde worden en dat ze daarom maar even mee naar binnen moesten lopen’. De verbalisanten hebben het al dan niet gebruik maken van hun bevoegdheid tot aanhouding van verdachte ingezet, teneinde te bereiken dat door verdachte hen een handelen werd toegestaan waartoe zij niet bevoegd waren.

Verdachte werd in wezen voor het blok gezet te kiezen tussen het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam, en zijn huisrecht, het één op te offeren voor het ander terwijl hij – op dat moment nog niet aangehouden – beide grondrechten had. Hiermee is sprake van een schending van zijn grondrechten.

De rechtbank moet vervolgens op basis van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering bepalen welk gevolg verbonden moet worden aan het vormverzuim.

Woningen mogen door opsporingsambtenaren niet worden betreden anders dan met toestemming van een bewoner of met machtiging van een bevoegde autoriteit. Dit is een belangrijk strafvorderlijk voorschrift ter bescherming van het grondwettelijk gewaarborgde huisrecht. Dit voorschrift strekt daarmee ook ter bescherming van de rechten van de verdachte. Door het onrechtmatig binnentreden in de woning, is zowel inbreuk gemaakt op een belangrijk strafvorderlijk voorschrift, als op de door dat voorschrift gewaarborgde belangen van de verdachte. Gelet op deze constatering is de rechtbank van oordeel dat het gevolg van het vormverzuim bewijsuitsluiting dient te zijn mede om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot het handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm.

Dit betekent dat de rechtbank de aangetroffen hennep, wapens en munitie en hetgeen de verbalisanten in de woning hebben waargenomen niet als bewijs zal gebruiken.

Het nadeel dat de toepassing van bewijsuitsluiting heeft voor de op zichzelf zwaarwegende maatschappelijke belangen van waarheidsvinding en bestraffing worden naar het oordeel van de rechtbank gematigd doordat de inbeslaggenomen illegale goederen uit het maatschappelijk verkeer zijn genomen.

Nu, na uitsluiting van genoemd bewijs, in de overige stukken van het dossier voor het aan verdachte tenlastegelegde onvoldoende bewijs voor het ten laste gelegde aanwezig is, dient verdachte van alle hem tenlastegelegde feiten te worden vrijgesproken.

The post Door politie gedwongen toestemming onrechtmatig appeared first on Strafrechtelijk-beslag.nl.

]]>
https://strafrechtelijk-beslag.nl/door-politie-gedwongen-toestemming-onrechtmatig/feed/ 0