Procedure raadkamer behandeling klaagschrift inbeslaggenomen goederen

De procedure in raadkamer in verband met de behandeling van een klaagschrift ex artikel 552a Sv. verschilt van die van een normale strafzaak. Het is daarom van belang te weten wat de procedurele regels zijn die gelden voor dit soort procedures. Wij zetten de belangrijkste op een rij.

Klaagschrift

Het beklag moet altijd schriftelijk plaatsvinden, via een zogenaamd klaagschrift ex artikel 552a Sv. Ter zitting kan het niet mondeling het beklag mondeling worden aangevuld.

Belanghebbende

Alleen een belanghebbende kan een klaagschrift ex artikel 552a Sv. indienen. Een belanghebbende in de zin van art. 552a Sv is degene wiens belang door de inbeslagneming of het gebruik van het inbeslaggenomen voorwerp in het geding is: degene onder wie het voorwerp in beslag is genomen, een ieder die enig recht op het inbeslaggenomen voorwerp kan doen gelden: de eigenaar, de bezitter te goeder trouw, de zakelijk gerechtigde of iemand die uit anderen hoofde enige aanspraak op beschikkingsmacht over het voorwerp kan doen gelden zoals degene die het voorwerp in bruikleen heeft gekregen.

> Meer informatie belanghebbende

Termijn indiening klaagschrift

Het klaagschrift moet telkens zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming worden ingediend (art. 552a lid 3 Sv.). Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat de termijn van art. 552a, derde lid, Sv eerst aanvangt nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de inbeslagneming de klager redelijkerwijs bekend moet zijn (HR 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2786.

In ieder geval dient het klaagschrift binnen 2 jaar na de inbeslagneming te zijn ingediend of binnen 3 maanden na het onherroepelijk worden van de uitspraak in de hoofdzaak.

> Meer informatie termijnen klaagschriftprocedure

Welke rechter bevoegd?

Het klaagschrift wordt behandeld door de rechtbank van het arrondissement, waarbinnen de inbeslagneming is geschied (art. 552a lid 4 Sv). Het klaagschrift dient ter griffie van die rechtbank te zijn ingediend. Is dat niet het geval, dan is het gerecht onbevoegd en dient in de beslissing te worden bepaald dat de griffier het klaagschrift doorzendt naar het (wel) bevoegde gerecht (vgl. HR 23 november 1993, LJN
ZC9285, NJ 1994, 264).

> Meer informatie bevoegde rechter klaagschriftprocedure

Beoordeling in klaagschriftprocedure 552a Sv.

In het algemeen geldt dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de beklagrechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter in de hoofd- of ontnemingszaak zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel (HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, rov. 2.2, 2.9 en 2.11).

> Meer informatie beoordeling in klaagschriftprocedure

Stukken aan dossier toevoegen

Het is aan de officier van justitie om alle relevante stukken aan het dossier toe te voegen (art. 23 lid 5 Sv.). Indien het dossier niet compleet is, mag de beklagrechter niet zonder meer afgaan op een enkele mededeling van de officier. Het is niet de bedoeling dat de bewijslast eenvoudig op de schouders van de klager wordt gelegd. Het in art. 552a Sv neergelegde beklagrecht vormt één van de waarborgen waarmee inbeslagneming is omgeven. Het gaat daarbij in elk geval primair om de bescherming van de rechthebbende tegen willekeurige bezitsontneming.

> Meer informatie dossier raadkamerprocedure

Zitting in het openbaar

Op de beklagprocedure zijn de bepalingen betreffende de behandeling door de raadkamer van het Eerste boek, Titel I, Afdeling 6, van het Wetboek van Strafvordering, van toepassing. Dat brengt onder meer mee dat de behandeling in raadkamer – behoudens toepassing van art. 22, tweede en derde lid, Sv – in het openbaar plaatsvindt (zoals ook is voorgeschreven in art. 552a, zesde lid, Sv) en dat de beschikking in het openbaar wordt uitgesproken. Deze voorschriften zijn van zodanig wezenlijke betekenis dat de niet-naleving daarvan in beginsel tot nietigheid van de behandeling en de beschikking leidt.(Vgl. HR 19 december 2006, LJN AZ1667) Dat geldt evenzeer voor het verzuim om van het onderzoek in raadkamer een proces-verbaal op te maken, zoals is voorgeschreven in art. 25 Sv.(Vgl. HR 31 augustus 2004, LJN AQ1084).